Nieuws

 

WBE-perikelen in 2013

[Artikel van dhr. C. Kranstauber, WBE Ijmeer en Vechtstreek]

“WBE perikelen in 2013”

Hierbij een verkort overzicht van de “perikelen” van WBE (WildBeheer Eenheid) IJmeer en Vechtstreek in 2013.

Wat betreft de vossen in 2013: zijn er in onze WBE 50 stuks geschoten, waarvan er 38 middels lichtbak in de nachtelijke uren zijn gesneuveld en 12 stuks zijn er op de dag geschoten. 
De vossen welke op de dag geschoten zijn, is tijdens stukjes ruigte uitdrijven gebeurd en tijdens het hakselen van de maispercelen.
Begin december 2013 is de lichtbakontheffing voor Noord Holland geschorst, dit nadat Faunabescherming bezwaar had gemaakt bij de rechtbank op grond van één of andere Benelux overeenkomst.
De minister zou direct in actie komen en de verwachtte periode voor “herstel” van de ontheffing zou ongeveer 3 maanden kunnen duren.
Nu is december en januari de ranstijd (paartijd) van de vossen, dus deze kunnen nu rustig aan vermeerderen doen en de schadebestrijders kunnen er deze zomer weer hun best voor doen. 

Wat betreft de ganzen in 2013: de schadebestrijders van onze WBE hebben over de periode van 01-01-2013 tot 01-10-2013 in totaal 394 kolganzen en 1704 grauwe ganzen geschoten.
Van het laatste kwartaal van 2013 zijn nog geen cijfers bekend omdat deze in het FRS systeem moeten worden ingevoerd en er thans geen opgaaf van totaal afschot dient te worden opgegeven.

Juist dit met dit FRS systeem, wat ons wordt opgedrongen door de FBE Noord Holland, hebben wij grote problemen en maken er minimaal gebruik van.
Dit FRS systeem is een particulier systeem en om er mee te kunnen en mogen werken moeten er gegevens worden ingevoerd van de schadebestrijders die niet relevant zijn voor het uitvoeren van deze schadebestrijding.
Tevens machtig je de eigenaar van het FRS systeem om de ingevoerde gegevens van de ingevoerde personen te mogen gebruiken voor commerciële doeleinden ofwel onze gegevens mogen worden verkocht.
Ook hebben verschillende politiekorpsen problemen om de gegevens van de schadebestrijders in dit FRS systeem in te voeren omdat de Faunabescherming een proces heeft gevoerd om deze gegevens openbaar te moeten maken. De rechtbank heeft de Faunabescherming hierin gelijk gegeven.
Nog een reden om tegen dit (huidige) FRS systeem te ageren is: dat het Faunafonds de rapportages m.b.t. de gemelde verjaagacties en afschot uit dit systeem gaat hanteren voor het afhandelen van de gemelde schade.
Dus de schadebestrijders moeten, bij gemelde schade, 2 maal per week per grondgebruiker in het systeem de acties en afschot melden. Zet een schadebestrijder per ongeluk een “pionnetje” net aan de verkeerde kant van de sloot (bij een andere grondgebruiker), is er die week maar 1 maal een verjaagactie in het systeem geregistreerd en is er niet voldaan aan de verplichting om minimaal 2 maal per week te bejagen.
Waar wij dan risico voor lopen is dat er een schadetaxatierapport wordt gemaakt van de schade (b.v. 3.000,--), het Faunafonds in het systeem constateert dat er niet iedere week minimaal 2 maal is bejaagd en dan krijgt de grondgebruiker een afwijzing van de schade omdat er niet voldaan is aan de vereiste maatregelen.
De grondgebruiker kan niet in dit FRS systeem om de handelingen van de schadebestrijder te controleren of hij alles goed heeft ingevoerd.
De schadebestrijder is dus verantwoordelijk voor de invoer in het FRS systeem, moet minimaal 2 maal per week schade bestrijden en loopt daarbij nog het risico om aansprakelijk te worden gesteld voor de getaxeerde schade van de grondgebruiker wanneer hij per ongeluk een “foutje” in het FRS systeem heeft ingevoerd.

Het is niet moeilijk om uit te leggen dat wij dit niet willen!

Alle WBE’s in Noord Holland maken zich er sterk voor om dit beter geregeld te krijgen en hebben tot op heden zich niet aangemeld in dit FRS systeem.

Ons bloed heeft dan ook gekookt toen wij het artikel in de “Nieuwe Oogst” van 12 oktober 2013 onder ogen kregen met de koptekst “Koers KNJV schaadt boer”. 
In het artikel gaf de heer Hans Ghijsels (beleidsmedewerker LTO) aan dat hij niet begreep waar de WBE’s mee bezig waren en er in de rest van Nederland al op grote schaal mee werd gewerkt.
De Provincies die er mee werkten waren met de hiervoor geschetste situatie niet bekend en ook had het Faunafonds nog geen stelling genomen betreffende de rapportage en was ook de rechtszaak van de Faunabescherming nog niet geweest m.b.t. het openbaar maken van de ingevoerde gegevens in het systeem.
De heer Ghijsels gaf ons een “stempel” terwijl hij zich zelf niet heeft verdiept in de materie, maar hij is wel weer vriend met FBE en Provincie.
Wij vinden dit een zeer kwalijke zaak.

Dan staat nog voor 2014 de nieuwe Wet Natuur op het programma welke de Flora- en Faunawet gaat vervangen.
De wens van de meeste politieke partijen is dat er geen beesten meer worden geschoten waarvan geen “schadehistorie” bekend is.
Dit betreft o.a. de wilde eend en het haas.
De meerderheid van de politieke partijen willen alleen nog schadebestrijding, dit houdt in dat er alleen nog kraaien, vossen, ganzen en knobbelzwanen geschoten mogen worden.

Per Provincie zal er een eigen beleid komen per diersoort en iedere Provincie zal zo zijn eigen voorwaarden er aan stellen om tot afschot over te mogen gaan.
Voor onze WBE betreft dit de Provincies Noord Holland en Utrecht en wij wachten af hoe de ontheffingen er uit gaan zien en welke voorwaarden er aan verbonden zijn.

Wij willen effectief schade bestrijden en wanneer dit niet mogelijk is door allerlei beperkingen op de af te geven ontheffingen, zullen wij de ontheffing aan de Provincie teruggeven en er geen gebruik van maken.

Ook hebben wij diverse jagers/schadebestrijders in het land gesproken welke hun geweer “aan de wilgen gaan hangen” als het allemaal zo door gaat, zoals hierboven vermeldt.

We gaan het afwachten.

Namens WBE IJmeer en Vechtstreek,
Cor Kranstauber     


   



Weidevogelbalans: Sterke achteruitgang weidevogels lijkt af te nemen

Het aantal weidevogels in ons land gaat sinds de jaren ’90 sterk achteruit, maar voor het
eerst in lange tijd is er ook hoop. De laatste vijf jaar gaat de achteruitgang minder hard
en sommige soorten, zoals de grutto en tureluur, laten zelfs een lichte toename zien. Dat
blijkt uit de nieuwe Weidevogelbalans van Sovon Vogelonderzoek Nederland en
Landschapsbeheer Nederland. Of dit een blijvende verandering is, zullen de komende
jaren moeten uitwijzen.

Kenmerkende soorten van het boerenland als grutto, kievit, scholekster en veldleeuwerik laten sinds
1990 een sterke achteruitgang zien. De laatste vijf jaar lijkt de trend voor enkele soorten ten positieve
te veranderen. Grutto en kievit zijn in die periode licht toegenomen en tureluur en veldleeuwerik gaan
niet meer zo hard achteruit.
Van een echte langjarige kentering in de ontwikkeling van de weidevogelstand is echter nog geen
sprake. In het verleden is de achteruitgang namelijk al eens eerder onderbroken geweest door een
korte opleving.

Kruidenrijke graslanden voor kuikens
Toch geven deze cijfers hoop. Het lijkt er op dat alle partijen die betrokken zijn bij het
weidevogelbeheer, steeds succesvoller de vogels helpen. Opvallend is vooral de ontwikkeling van het
pakket kruidenrijk grasland: van 0 ha in 2008 naar 2900 ha in 2011. Vergroting van het areaal
kruidenrijk grasland en hoog waterpeil kan een impuls geven aan het herstel van
weidevogelpopulaties. Dit type grasland biedt kuikens schuilgelegenheid en voedsel.
De afgelopen jaren is in een toenemend aantal gebieden met zulke graslanden bijgehouden in hoeverre
het grutto’s lukte om jongen groot te brengen. De opgedane ervaringen werden telkens verwerkt in het
collectieve weidevogelbeheerplan voor het nieuwe jaar. Dat lijkt een succesvolle strategie te zijn, want
in die gebieden is het percentage grutto’s dat jongen groot wist te brengen langzaam gestegen.
De omvang van het gebied waar op deze manier wordt gewerkt, is echter nog te klein om de
weidevogels voor Nederland te kunnen behouden. Deze werkwijze verdient dan ook een snelle
opschaling.

Provinciale verschillen
Met de decentralisatie van het natuurbeleid komt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en
invulling van het agrarisch natuurbeheer en -bescherming waarschijnlijk bij de provincies te liggen.
Om die reden besteedt de Weidevogelbalans ook aandacht aan de ontwikkelingen per provincie en de
inspanningen die daar worden gepleegd.
De meeste inspanningen vinden plaats in Friesland, gevolgd door Noord-Holland, Zuid-Holland en
Groningen. De aantallen per provincie verschilt sterk per soort. Voor de grutto en kievit is Friesland
het belangrijkst. Noord-Holland is voor de slobeend belangrijk, terwijl provincies als Gelderland,
Drenthe en Noord-Brabant dat zijn voor de veldleeuwerik.

De weidevogelbalans is te downloaden via www.sovon.nl/weidevogelbalans of
www.landschapsbeheer.nl.



Zonnepanelen en asbest

Vechtvallei en LTO-Noord afdeling Gooi, Vecht & Amstelstreek werken samen om het saneren van asbest en het plaatsen van zonnepanelen te stimuleren. Circa 30 ondernemers hebben zich aangemeld voor dit project. Voor het saneren van asbest, plaatsen van een nieuw dak en plaatsen van zonnepanelen zijn collectieve offertes opgevraagd bij diverse bedrijven. Na een deskundige beoordeling van de offertes (met medewerking van LTO-Noord Projecten) zijn enkele bedrijven geselecteerd. Deze bedrijven zijn nu in gesprek met de betreffende ondernemers om offertes op maat te maken.

Daarnaast kunnen agrarische bedrijven ook gebruik maken van de subsidieregeling “asbest eraf, zon erop”. Als asbestsanering (minimaal 400 m²) gecombineerd wordt met het terugplaatsen van zonnepanelen, kan een ondernemer € 3,- subsidie per m² asbestdak krijgen, met een maximum van € 7.500,- per aanvrager. Meer informatie over deze regeling en het aanvraagformulier is te vinden op www.asbestvanhetdak.nl.
Als u alsnog gebruik wil maken van de collectieve offertes of als u vragen heeft over de subsidieregeling, dan kunt u contact opnemen met Maike van der Maat, tel 06-2328 5225 of email Maike@vanderMaatAgroconsultancy.nl



Cursus Weidevogels Beschermen

Agrarische Natuur Vereniging Vechtvallei organiseert een cursus voor  mensen die zich als vrijwilliger willen inzetten voor de weidevogels en  kennis willen maken met dit werk. 

Weidevogels hebben het moeilijk in  Nederland. Het aantal kieviten en grutto's neemt al jaren af. Boeren kunnen met een aantal maatregelen, zoals later maaien, de weidevogels een grotere kans geven hun jongen groot te brengen. In de vogelrijke polders rondom de Vecht gebeurt dit al. Om de weidevogels effectief te beschermen kunnen de boeren hulp gebruiken van vrijwilligers die in kaart brengen waar de vogels zich met nesten en kuikens vestigen en waar nodig nesten markeren zodat die bij werkzaamheden gespaard worden.

De cursus Weidevogels Beschermen bestaat uit een informatiebijeenkomst op dinsdagavond 19 maart om 20.00 uur in het Dorpshuis in Nigtevecht en daarna twee ochtenden in de wei. Tijdens de ochtend in april leert u broedterritoria in te tekenen op een kaart. In mei leert u in kaart te brengen waar de gruttogezinnen lopen. U kun zich ook aansluiten bij een groepje om bij een boer nesten te markeren.
 
Opgeven kan bij Annemiek van Engen via telefoon 06-20487572 of email annemiekvanengen@live.nl
 
Wat?   Vervolg cursus weidevogelbescherming d.m.v praktijkdag
Wie?    Georganiseerd door Agrarische Natuurvereniging Vechtvallei
Waar?   Boerderij Nooit Gedacht te Abcoude
Wanneer? Zaterdag 27 April 2013 om 9:30 uur



contact // copyright jjdesign